2. Waar moet je op letten voor een goede voedselveiligheid?

Een goede voedselveiligheid begint al ruim voordat je gaat eten. Hieronder staan verschillende categorieën met aandachtspunten. Het kan best overweldigend zijn om te zien waar je allemaal rekening mee zou moeten houden. En hoe strikt moet je al die adviezen nou eigenlijk opvolgen?  Uiteindelijk blijf je uiteraard zelf de baas over wat je eet en drinkt. Dus als je een keer wat meer risico wil lopen om toch van dat stukje gerookte zalm te genieten, dan is dat natuurlijk je eigen keuze. Het is belangrijk dat je de risico’s begrijpt en op basis daarvan een afweging kunt maken. We willen je nu enkele adviezen geven over hoe om te gaan met het kopen, bereiden en bewaren van je voedsel. Verderop in deze module vind je een tabel waarin staat welke voedingsmiddelen je beter wel of niet kunt nemen en waarom.

Kopen 

  • Let op de houdbaarheidsdatum van de producten die je koopt. Voor bederfelijke producten is het belangrijk dat ze worden gegeten voor de TGT-datum (te gebruiken tot). 
  • Gebruik een koeltas om bederfelijke en diepvriesproducten naar huis te vervoeren. Berg de producten thuis zo snel mogelijk op in de koelkast of in de vriezer.
Koelen
  • Zet de temperatuur van de koelkast op maximaal 4 graden Celsius en niet warmer.  
  • Bewaar koelverse levensmiddelen, bijvoorbeeld vleeswaren, in de koelkast.

Bewaren  

Over het algemeen geldt: hoe korter voeding bewaard wordt, hoe veiliger. Let op de houdbaarheidsdatum en bewaarinstructies op de verpakking (THT = ten minste houdbaar tot en TGT = te gebruiken tot). Vooral de TGT-datum is erg belangrijk, omdat de TGT-datum op verpakkingen van heel bederfelijke producten staat, zoals vlees en melk. Bedorven producten zijn niet voedselveilig. Een THT-datum staat op producten die niet snel bederven, zoals verpakte nootjes of crackers. Na de THT-datum kan de kwaliteit van het product achteruit gaan, maar smaakt het meestal nog goed. Je kunt het dan nog wel veilig eten.

Wassen  

  • Was je handen altijd met water en zeep voor het eten en voor het bereiden van voedsel. Maar ook na het aanraken van rauw vlees en rauwe groente, na een toiletbezoek, na het verschonen van baby’s en na het aanraken van (huis)dieren.  
  • Was groente en fruit grondig onder stromend water, zeker wanneer je ze rauw eet.
Scheiden
  • Zorg dat klaargemaakt eten niet in contact komt met producten die nog rauw zijn.  
  • Gebruik keukengerei – zoals snijplanken, messen of spatels – dat in aanraking is geweest met rauw vlees of vis niet meer voor andere producten of was het keukengerei tussendoor af met heet water en afwasmiddel. Een handige tip is om voor elk soort product (groente, vlees, vis) een andere kleur snijplank te gebruiken. Groen voor groente, blauw voor vis etc.

Verhitten 

  • Eet geen rauw vlees, kip, eieren, vis en schaal- en schelpdieren en drink geen ongepasteuriseerde melk of producten die hiervan gemaakt zijn. Verhit deze producten door en door voordat je ze eet of drinkt.  
  • Eet restjes uit de koelkast binnen twee dagen op. Verhit het eten door en door tot stomend heet. Schep het goed om tijdens het verhitten, ook bij het opwarmen in de magnetron.

Eten buiten de deur

  • Neem al deze adviezen mee en volg deze op.
  • Ga erover in gesprek met medewerkers van het restaurant.  
  • Gebruik je gezonde verstand. Een marktkraam met snacks heeft waarschijnlijk minder hoge kwaliteitsstandaarden dan een 5-sterren restaurant. En broodjes die al in een vitrine liggen zijn een stuk minder veilig dan vers klaargemaakte broodjes.  

Zoals je ziet is het best een lijst aan punten, maar veel van deze dingen doe je misschien ook al wel. Vertel vooral ook aan je familieleden dat je een stuk veiliger moet eten en drinken en leg uit wat dat precies betekent. Mensen kunnen je beter ondersteunen als ze weten in welke situatie je zit. En die sociale steun maakt het voor jezelf ook makkelijker!

Oefening! “Mijn voedselveiligheid”