6. Let op met medicatie en voeding op lange termijn

Medicijnspiegel in je bloed

Kort na je transplantatie heb je ook al gehoord dat je sommige voedingsmiddelen nu niet mag eten. Dat komt doordat je bepaalde afweerremmende medicatie neemt. Die neem je nu nog steeds. Sommige voedingsmiddelen beïnvloeden de werking van afweerremmende medicatie en moeten dus vermeden worden. ​Grapefruit, mineola, orlando, pomelo, pompelmoes, sweetie, ugli, het sap van deze vruchten en oranjemarmelade (gemaakt van bittere sinaasappels) verhogen de kans op bijwerkingen. ​Dit komt doordat deze producten een bitterstof bevatten die de medicijnspiegel in het bloed verhogen. Bij gebruik van bepaalde medicijnen, waaronder tacrolimus (Prograft®, Advraf®, Envarsus®) en ciclosporine (Neoral®) mag je deze vruchten niet gebruiken. Overig citrusfruit zoals hand- en perssinaasappels, mandarijnen, limoenen en citroenen kan je wel eten. Let ook op met het gebruik van kruidenmixen waar Sint Janskruid in zit. Door Sint Janskruid kan de medicijnspiegel ook omhoog gaan.

Sterke botten
Na niertransplantatie is er een verhoogde inname van sommige vitaminen en mineralen nodig. De botten worden op oudere leeftijd brozer en zachter. Dit wordt botontkalking genoemd. Bij het gebruik van prednison is de kans op botontkalking verhoogd. Om het risico op botontkalking te verminderen is het belangrijk om veel te bewegen, zodat je botweefsel sterk blijft. Kijk hiervoor ook in de module bewegen. Daarnaast is het ook belangrijk dat je voldoende ​calcium ​(in o.a. sojamelk, melk, yoghurt, groene groente) en ​vitamine D​ binnenkrijgt. Aan veel plantaardige zuivelvervangers is calcium en vitamine D en B12 toegevoegd. Die zuivelvervangers vormen daardoor een prima alternatief voor dierlijke zuivel. Vooral zuivelproducten op basis van soja, omdat daar meer eiwit in zit dan bijvoorbeeld in havermelk of amandelmelk zijn een goed alternatief voor dierlijke zuivel. Als je twijfelt over de hoeveelheid calcium, vitamine D en B12 in een plantaardige zuivelvervanger, bespreek dit dan even met je coach.

Vitamine D verbetert de opname van calcium in het lichaam.​ Met behulp van zonlicht – en een goede lever- en nierfunctie – maakt het lichaam vitamine D voor het grootste deel zelf aan. Daglicht is dus heel belangrijk voor voldoende vitamine D. Door vitamine D voel je je mentaal ook beter. Dat komt door het stofje serotonine. Met een tekort aan vitamine D wordt het serotoninegehalte in de hersenen verlaagd. Een serotoninetekort kan zelfs leiden tot depressie. Zorg daarom dat je genoeg zonlicht krijgt op een dag door bijvoorbeeld buiten te gaan wandelen of fietsen. Vette vis is ook een goede bron van vitamine D. Daarnaast geldt voor jonge kinderen, ouderen, mensen met een getinte huidskleur, mensen die weinig buiten komen en zwangere vrouwen het advies om extra vitamine D te nemen. Val je binnen deze groepen, bespreek dat het nemen van extra vitamine D met je diëtist.

Cholesterol
Bepaalde afweerremmende medicatie, zoals tacrolimus (Prograft) of everolimus, kan het LDL-cholesterol in je lichaam verhogen. LDL-cholesterol geeft een hogere kans op hart- en vaatziekten. Het is wel heel belangrijk om je medicatie in de juiste dosering te nemen, omdat je door die medicatie je donornier kan behouden. In dit stuk tekst lees je wat LDL doet en ook hoe je zelf kan zorgen voor minder LDL in je bloed.

Wat doet LDL?
LDL vervoert cholesterol via het bloed naar de rest van het lichaam, waar het bijvoorbeeld nodig is voor het herstellen van beschadigingen in weefsels. Maar bij een teveel aan LDL-cholesterol, kan dit blijven plakken in de binnenwand van bloedvaten. In het bloedvat ontstaat hierdoor langzaam een plak. De bloedvaten slibben daardoor langzaam dicht, waardoor het bloed er steeds minder goed doorheen kan stromen. Dit proces staat bekend als slagaderverkalking (atherosclerose). Ook kan er een stukje van de opgebouwde plak losgaan en opstopping veroorzaken in een smal deel van het bloedvat. Dat kan leiden tot een hartinfarct of herseninfarct. Op deze manier draagt een te hoog LDL bij aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. ​Het LDL-cholesterol wordt ook wel het ‘slechte’ cholesterol genoemd.

Wat te doen voor minder LDL?
Naast LDL, het slechte cholesterol heb je ook ​HDL het ‘goede’ cholesterol.​HDL ruimt cholesterol uit je bloed weer op. HDL en LDL moeten met elkaar in evenwicht zijn. Roken, weinig lichaamsbeweging en een eetpatroon met veel verzadigd vet kunnen het evenwicht verstoren. Daardoor kan een ongewenste verschuiving plaatsvinden naar meer LDL. Onverzadigd vet in de voeding zorgt voor een verhoogde aanmaak van het HDL-cholesterol en hierdoor juist voor bijvoorbeeld in avocado, vette vis en ongezouten noten. Ook het eten van bewerkte koolhydraten (witte rijst, witte ‘normale’ pasta, koekjes, suiker, wit brood) zorgt voor een hoger LDL. Minder geraffineerde koolhydraten eten zorgt dus voor een verlaging in het LDL-cholesterol. Neem in plaats van geraffineerde producten liever veel groente, fruit, peulvruchten zoals linzen, bonen en kikkererwten en volkorenproducten.