3. Eet minder zout

Je hebt een nieuwe nier. Dit is dus vast niet de eerste keer dat je hoort over het belang van minder zout eten. Toen je nierschade had, heb je vast ook goed moeten opletten op minder zout eten: maximaal 6 gram zout per dag. Die richtlijn blijft nog steeds zo.

Via je voeding krijg je meer zout binnen dan het lichaam nodig heeft. Als de nieren goed werken, plas je het overtollige zout weer uit. Zo blijft de hoeveelheid natrium in het lichaam constant, net als de hoeveelheid water. Als je steeds te veel zout eet, kan dat leiden tot een hoge bloeddruk. Dat vergroot de kans op hart- en vaatziekten en nierschade. Te weinig zout eten is ook niet zo best. Je kan, hoe gek dat ook klinkt, ook dan weer een hoger risico hebben op hart- en vaatziekten. Maar niet veel mensen krijgen te weinig zout binnen. Je moet dan echt heel puur eten. ​Zorg dat je minimaal 2 gram zout eet en maximaal 6 gram. ​Om te kijken hoeveel zout je eet, kun je een voedingsdagboek invullen. In de oefening hieronder zie je hoe je dat kan doen. Ook kan je kijken bij de ​Zoutmeter van de Nierstichting. Dat is een online tool waarmee je je zoutinname kan inschatten. Maar het invullen van een voedingsdagboek is vaak nauwkeuriger.

Oefening! “Voedingsdagboek”

Om te weten of je niet te veel of te weinig zout van binnenkrijgt is het nuttig om te kijken wat je precies eet en drinkt op een dag. Om hier meer inzicht in te krijgen, kan je een voedingsdagboek invullen, zoals online via Bonstat. In een voedingsdagboek kan je dagelijks invullen wat je eet en drinkt. Zo kun je zien wat je nu eet en welke voedingsstoffen je binnenkrijgt, en waar er nog verbetering mogelijk is, bijvoorbeeld met het binnenkrijgen van extra eiwit of juist minder zout.

Vul de komende week voor 3 dagen in wat je precies eet en drinkt op een dag. Kies hiervoor 2 weekdagen en 1 weekenddag uit. Dit geeft een wat vollediger beeld, omdat je in het weekend misschien anders eet dan doordeweeks. Om te starten met Bonstat, klik je ​hier ​op ‘inloggen’. Voor instructies over het activeren van je Bonstat account klik je ​hier.

Via je eetdagboek kan je ook zien wat je aan calorieën, eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines, en mineralen binnenkrijgt. Het geeft dus een mooi inzicht als je het zo volledig mogelijk invult.

Waar zit het meeste zout eigenlijk in?

Het meeste zout krijg je binnen via bewerkte voedingsmiddelen en kant-en-klare producten, zoals snacks, hamburgers, soepen, sauzen en kant-en-klaar maaltijden, maar ook brood, vleeswaren en kaas. De fabrikant heeft daar zout aan toegevoegd. Vaak vanwege de smaak, en soms om een product langer houdbaar te maken.

Misschien ben je na je transplantatie weer zouter gaan eten. Dit kan komen doordat je simpelweg meer eet dan voor je niertransplantatie, of omdat je denkt dat het nu minder hard nodig is om op je zoutinname te letten. Maar een inname van maximaal 6 gram zout blijft heel belangrijk voor een lagere bloeddruk en een lagere kans op hart- en vaatziekten. Een paar gram zout per dag is voldoende om je lichaam goed te laten werken. Als je je voedingsdagboek hebt bijgehouden, kan in Bonstat je persoonlijke natrium top 10 zien. Je ziet dan van welke producten je het meeste zout binnenkrijgt. Hieronder zie je twee voorbeelden van dagmenu’s. 1 dag met te veel zout en 1 dag met een goede hoeveelheid zout.

Eerst zie je een dag met teveel zout:

Een dagmenu met minder zout is bijvoorbeeld:

Ontbijt: ​schaaltje (plantaardige)yoghurt met fruit en muesli of bord Brinta pap met wat appel en rozijnen en kop thee erbij (ongeveer 1.5 gram zout)
Snack: ​fruit of groenten en ongezouten noten (totaal​ 0 gram zout)
Lunch:​ omelet met groenten erdoor (totaal 0,6 gram zout) met thee of (plantaardige) zuivel of water
Avondeten:​ Volkorenpasta met zelfgemaakte tomatensaus met gebakken zalmfilet (1,1 gram zout per portie)

Totale zoutinname deze dag: 3,2 gram zout

Andere lunch opties zijn salade met noten en pitten, en ei/bonen/peulvruchten/groenten en een beetje olie/azijn, of zoutarm brood met zoutarm beleg (zoals appelstroop of een gekookt eitje).

Andere opties voor het avondeten zijn bijvoorbeeld groente​ met aardappelen en gebakken kipfilet of zoutarme vleesvervanger zoals zelf gekruide tofu of tempeh.

Andere soorten zout
Is het beter om ander soort zout te gebruiken? Misschien ben je ze wel eens tegengekomen: zoutproducten met andere namen, zoals selderijzout, knoflookzout, uienzout, Himalayazout of Keltisch zeezout. Deze bevatten net zo veel zout als gewoon keukenzout. Deze ‘zouten’ tellen dus allemaal mee in de maximale hoeveelheid van 6 gram per dag.

Kaliumzout is keukenzout (natriumchloride) waarbij het mineraal natrium deels is vervangen door het mineraal kalium. Met name bij een hoge bloeddruk kan het gebruik van kaliumzout in plaats van keukenzout (natriumchloride) de bloeddruk verlagen, omdat er minder natrium in het lichaam komt. Toch is dit voor nierpatiënten niet altijd een goede oplossing, aangezien het bij jou zo kan zijn dat de nieren kalium minder goed kunnen uitscheiden en daarom een kaliumbeperking hebt. Het resultaat van het gebruik van kaliumzout kan dan zijn dat je te veel kalium in je bloed krijgt. Dit kan gevaarlijk zijn voor de werking van het hart. Een ander nadeel van het vervangen van natriumzout door kaliumzout is dat mensen niet wennen aan een minder zoute smaak. We raden je daarom aan om met je arts of diëtist te overleggen als je kaliumzout wilt gaan gebruiken. De hoeveelheid kalium verschilt ook enigszins tussen verschillende merken:

LoSalt Mineraalzout: ongeveer 66% kaliumchloride en 33% natriumchloride
Jozo Bewust: ongeveer 69% kaliumchloride en 30% natriumchloride

Als je het zekere voor het onzekere wilt nemen, raden we je aan om keukenzout (natriumchloride) niet door kaliumzout te vervangen, maar het gebruik van keukenzout zo veel mogelijk te verminderen.

Hoe eet je met minder zout?
Probeer vooral zelf je maaltijden klaar te maken. Zo weet je beter wat erin zit. ​Zout vervangen door kruiden zorgt voor veel meer variatie, en specifieke lekkere smaken. ​Door zout te vervangen door kruiden ga je uiteindelijk lekkerder eten. Op de website van de Nierstichting is de Kruidenwijzer ​te vinden. Op deze site zie je welke kruiden er allemaal goed passen bij bepaalde producten en gerechten. Eet je erwtensoep? Dan krijg je als suggesties de kruiden kruidnagel, laurier, lavas, selderij en tijm.

Van veel smaakmakers is ook een zoutarme variant te koop, bijvoorbeeld zoutarme bouillontabletten, kaliumzout of zoutarme ketjap. ​En: geef jezelf tijd om te wennen en weet dat je smaakpapillen zich gaan aanpassen aan nieuwe smaken.​ Als je gewend bent om veelzout te eten, smaakt eten zonder zout misschien een beetje flauw. Hier kun je met kruiden en andere zoutarme smaakmakers veel aan doen. Maar je went ook echt aan de minder zoute smaak. Dit kost wel even tijd, maar na een paar weken ben je vaak al redelijk gewend aan de nieuwe smaken. Kijk voor meer informatie ook eens in het blogartikel van Beterschappen over zout. Daarvoor klik je ​hier.

Oefening! “Mijn zoutgebruik”

Als nierpatiënt heb je waarschijnlijk al heel veel gehoord over het belang van weinig zout eten. Je eigen zoutinname heb je ook kunnen schatten in de Zoutmeter of kunnen bekijken in je voedingsdagboek.