2. Eet meer plantaardig

Net als de Gezondheidsraad, adviseren wij ook een meer plantaardig dieet. Gemiddeld halen Nederlanders nu 61% van de eiwitten uit dierlijke voedingsbronnen (bijvoorbeeld vlees, vis, zuivel, kaas, eieren) en 39% uit plantaardige bronnen (bijvoorbeeld peulvruchten, noten, granen, paddenstoelen). De verhouding is op dit moment dus ongeveer 60% dierlijk tegenover 40% plantaardig. Wij adviseren een flinke verschuiving. ​Ongeveer 40% dierlijk en 60% plantaardig eten vinden we een goed doel, maar een kleinere verschuiving is ook al winst. Een nog grotere verschuiving is ook mogelijk. ​Wel moet je dan goed opletten dat je alle voedingsstoffen die je nodig hebt nog steeds binnenkrijgt.

Kalium in plantaardige voeding
Waarom is die verschuiving naar meer plantaardig eten zo belangrijk? In plantaardige voeding zoals groente en fruit zit veel kalium. Tijdens de periode van zeer lage nierfunctie heb je waarschijnlijk een kaliumbeperkt dieet gegeten. Maar nu je weer een goed werkende nieuwe nier hebt, is die kaliumbeperking vaak niet meer nodig. Als je geen kaliumbeperking hebt, is het juist super goed om veel groente en fruit te eten! ​Kalium zorgt namelijk voor een lagere bloeddruk. ​Een hoge bloeddruk geeft een groot risico op hart- en vaatziekten. De kans op hart-en vaatziekten is best hoog voor transplantatiepatiënten. Heel goed om daar zelf wat aan te kunnen doen door lekker en gezond te eten. Vraag dus bij je arts of coach na of je nog een beperking in kalium hebt, of dat die kaliumbeperking is weggevallen.

Minder zout in plantaardige voeding
Daarnaast zorgt meer plantaardig eten er bijna automatisch ook voor dat je minder zout eet. Zeker als je onbewerkte producten kiest. Er zijn ook zoutrijke plantaardige producten, zoals sommige vegetarische burgers, worstjes, producten gemaakt van kaas. Maar over het algemeen eten mensen die voor een groot deel plantaardig eten, minder zout dan de mensen die dat niet doen. Bijna de helft van het vlees dat wij Nederlanders eten is ‘bewerkt’ en dus extra zout. Vleeswaren zoals worst, ham of paté, en hamburgers, worst en gemarineerd vlees zijn bewerkt.​Als​ je de inname van bewerkt vlees vermindert, krijg je dus minder zout binnen. ​In groente en fruit zit nauwelijks tot geen zout. ​Daar kun je dus lekker veel van eten. Dat geeft je ook nog een heleboel vitamines en mineralen, veel vezels en vocht. Er zijn nog een stuk meer voordelen van meer plantaardig eten. Daar kan je diëtist je meer over vertellen.

Beter geen rood of bewerkt vlees
Eet je toch een keertje vlees? Kies dan voor ‘wit’ vlees zoals kip of kalkoen, en niet voor rood of bewerkt vlees. Rood vlees en bewerkt vlees zijn het minst gezond. Rood vlees en vooral van bewerkt vlees geeft een hoger risico op bepaalde soorten kanker (waaronder darmkanker), het risico op diabetes type 2 en op beroerte. En ook op een versnelde achteruitgang van de nierfunctie. Met rood vlees worden alle producten bedoeld van rundvlees, varkensvlees, lamsvlees en paardenvlees. Met bewerkt vlees bedoelen we vleeswaren, zoals worst, ham of paté en bewerkt vlees zoals hamburger, worst en gemarineerd vlees. Het gaat om vlees dat voorafgaand aan de verkoop is bewerkt om de smaak of houdbaarheid te beïnvloeden door middel van roken, zouten, drogen en/of het toevoegen van conserveringsmiddelen. Andere dierlijke producten lijken gezonder. ​Vervang rood en bewerkt vlees bijvoorbeeld door kipfilet, eieren, vis, zuivel of plantaardige eiwitbronnen.

Vette vis
Naast het advies om meer plantaardig te eten, willen we wel noemen dat een stukje vette vis per week een heel goed idee is. De Omega-3 vetzuren in vette vis zijn gunstig voor je hart en bloedvaten en zouden de achteruitgang van de nierfunctie kunnen vertragen. Net als het Voedingscentrum adviseren wij ​1 keer per week een portie (100 gram) vette vis​, zoals zalm, makreel of sardientjes. Let wel goed op de bereidingswijze en bewaarwijze van de vis om een goede voedselhygiëne te houden. Bijvoorbeeld dat je vis goed verhit en gebakken is. Zoals je weet, is je afweersysteem na je transplantatie onderdrukt met medicatie. Meer hierover lees je in de module Voedselveiligheid. In sommige vis zit ook veel zout, dus het is verstandig om de hoeveelheid zout even te bekijken in de voedingswaardetabel achterop de visverpakking. Ook hier geldt dat de meer onbewerkte vis vaak veel minder zout bevat dan bewerkte vis in een marinade of saus.

Dus: eet vooral plantaardig, met veel groente en fruit en eet 1 keer in de week een portie vette vis. Als je vlees eet; vermijd dan rood en bewerkt vlees.

Oefening! “Plantaardige voeding”

Oke, het is dus belangrijk om gezond met ‘echte’ en plantaardige voeding te eten. Maar misschien zijn er voor jou ook wel nadelen. Dat kan natuurlijk. Bijvoorbeeld dingen die gezond eten voor jou lastig maken. Als dat zo is, schrijf ze dan hieronder op.

Bedenk of er oplossingen zijn die deze nadelen verminderen of zelfs helemaal wegnemen. Zo wordt het makkelijker om gezond te eten. Het kan helpen om dit te bespreken met een vriend, familielid of zorgverlener. Zij hebben weer andere ideeën dan jijzelf!

Dan nu terug naar de voordelen, waarover je in de tekst hierboven hebt gelezen. Welke voordelen van gezond eten vind je voor jezelf het meest belangrijk?

Schrijf hieronder de 3 belangrijkste voordelen van gezond eten op die voor jou persoonlijk het belangrijkst zijn. (​Bijv. Eén van de voordelen van gezond eten die ik het belangrijkste vind, is dat ik dan meer groente en fruit binnenkrijg. Door het eten van meer groente en fruit heb ik een betere stoelgang)